Formulier invullen Nederlands “taalverandering” (5.2)

Taal verandert. Dat gebeurt meestal zonder dat je het in de gaten hebt. Maar soms valt je ineens een nieuw of een oud woord op waar je nog nooit van hebt gehoord. En als je naar het videofragment van het eerste journaal uit 1956 luistert, zul je misschien lachen om de uitspraak. Zo praten mensen nu echt niet meer op televisie!

Dit zijn voorbeelden van taalverandering. Overigens veranderen niet alleen de woorden en de uitspraak van de taal, ook de grammatica kan veranderen.

De verandering van woorden gaat heel snel: er komt elke tien jaar wel een nieuw woordenboek van het Nederlands uit. Nieuwe woorden die daarin staan, noemen we neologismen.

De verandering van de uitspraak gaat ongemerkt: steeds minder Nederlanders verstaan het verschil tussen de s en de z. De verandering van grammatica gaat heel langzaam.

 

knipsel3242

 

Opdracht 1:

A. Op welke drie manieren kan een taal veranderen? De woorden van een taal, de uitspraak en de grammatica.

B. Is het gebruik in de afbeelding onder de leertekst een voorbeeld van taalverandering? Leg uit waarom wel of niet. Ja, want nu zeggen we “Er was weinig tegen te beginnen” in plaatje van “Er was weinig tegen ze te beginnen”.

Opdracht 2:

A Waarom zul je waarschijnlijk lachen om de uitspraak van het eerste journaal uit 1956? Omdat mensen niet meer op die manier praten op de Nederlandse televisie.

B Waarom komt er iedere tien jaar een nieuw woordenboek uit? Omdat de verandering van woorden heel snel gaat.

C Vind jij de uitspraak uit de afbeelding onder de leertekst als spreektaal correct? Waarom wel of niet? Nee, want nu zeg je “Er was weinig tegen te beginnen” in plaats van “Er was weinig tegen ze te beginnen”.

Opdracht 3: 

Kijk nog eens naar de leertekst ’Taalverandering’.

A Hoe noemen we nieuwe woorden die door mensen gebruikt worden? Neologismen

B Noem een voorbeeld van een verandering van de uitspraak die ongemerkt gaat. Steeds minder mensen verstaan het verschil tussen de S en de Z.

De oorzaak van taal verandering

Het Nederlands is een Germaanse taal, net als het Duits, Noors en IJslands (zie de gekleurde landen in de afbeelding hieronder). Vroeger, bijvoorbeeld in de middeleeuwen, leken die talen veel meer op elkaar dan nu. Taalkundigen zeggen daarom dat die talen ooit één en dezelfde taal waren. Doordat de Germanen zich op verschillende plaatsen gevestigd hebben en weinig contact met elkaar hadden, zijn de talen in de loop der tijd veranderd.

Taal verandert ook als kinderen een taalregel niet meer herkennen in het taalgebruik van hun ouders. Je kunt aan het Nederlands merken dat het ooit naamvallen heeft gehad (den, des). Dat zie je bijvoorbeeld aan uitdrukkingen als vader des vaderlands, aan het woord ’s avonds (vroeger was het des avonds) maar ook aan de verschillende vormen van persoonlijk voornaamwoorden, zoals hun, hen en ze. Doordat het Nederlands geen naamvallen meer heeft, is het niet ’logisch’ voor het taallerende kind om nog verschil te maken tussen hun, hen en ze.

Ook door veel nieuwe gebruikers kan een taal veranderen. Kijk maar naar het Engels, Toen de Noormannen massaal in Groot-Brittannië gingen wonen en Engels gingen spreken, verloren de Engelse werkwoorden steeds meer uitgangen. Het Engels werd dus eenvoudiger. Dit geldt uiteindelijk dus voor iedere taal.

Opdracht 4: 

A Wat zijn de drie oorzaken van taalverandering? 1. De germanen hebben zich op verschillende plaatsen gevestigd en weinig contact met elkaar hadden, hierdoor is de taal veranderd. 2. Als kinderen een taalregel niet meer herkennen. 3. Door veel gebruikers kan de taal ook veranderen.

B Lijken de Germaanse talen nu meer op elkaar dan vroeger? Nee juist andersom. Vroeger leken die talen veel meer op elkaar dan tegenwoordig.

C Lijkt het Engels van nu meer op het Duits van nu of meer op het Nederlands dat wij tegenwoordig gebruiken? Leg je antwoord uit. Ik denk meer op het Nederlands dan op het Engels, omdat ze in Duitsland naamvallen hebben.

D Denk je dat in het Duits op een gegeven moment de naamvallen verloren zullen gaan? Waarom wel of niet? Ik denk het wel, want er komen steeds meer verschillende culturen en mensen uit bijvoorbeeld Nederland in Duitsland wonen.

Opdracht 5:

Kloppen de volgende beweringen?

A Hoe meer mensen een bepaalde taal leren spreken, hoe eenvoudiger taal wordt. Juist

B Door al die Engelse woorden verandert het Nederlands langzaam in het Engels. Juist

C Als je kijkt naar de geschiedenis, is het waarschijnlijk dat het IJslands nog het meest op de taal van vroeger lijkt. Ja, want IJsland heeft niet veel inwoners.

Opdracht 6:

Voorspel de toekomst van het Nederlands.

A Bestaat over honderd jaar het verschil tussen hen, hun en ze nog? Ik denk het niet, want voor heel veel kinderen is het niet logisch, omdat de Nederlandse taal ook geen naamvallen meer heeft.

B Bestaat over honderd jaar het verschil tussen als en dan nog? Ja want als en dan zijn verschillende woorden.

C Ben je bang dat het Nederlands zal verdwijnen door dingen als taalverandering en de invloed van het Engels? Waarom wel of niet? Ik ben er niet bang voor, want een taal is een manier om met anderen te communiceren. Of het nou Engels is of Nederlands het zou mij niet veel uitmaken. Het moet dan natuurlijk wel een langzame verandering zijn.

D Wat vind je ervan dat taal verandert? Leg je antwoord uit. Ik vind het wel logisch, want de maatschappij veranderd ook en de mensen veranderen ook. Het zou eerder gek zijn als de taal altijd hetzelfde zou blijven.

 

FotoJet Design

 

 

You may also like

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *