Kerntaak 4 (de sociaal maatschappelijke dimensie) LLB

4.1. Weet jij wat ‘normaal’ is om te doen en te laten als je met andere mensen omgaat? Respect voor elkaar hebben is denk ik iets wat de meeste mensen uit zichzelf doen, maar wat een aantal mensen ook nog moeten leren. Je moet ook elkaar laten uitpraten en respect hebben voor elkaars mening.

Kun je je in verschillende situaties (bv. een feest, je eerste werkdag, in de trein, bij het eerste bezoek aan de ouders van een vriend of vriendin) gedragen ‘zoals het daar hoort’? Geef twee voorbeelden. Ik kan me altijd wel snel aanpassen aan situaties en weet meestal wel een beetje hoe ik me moet gedragen. In de trein is het belangrijk dat je een beetje rustig bent en niet keihard gaat schreeuwen, omdat er misschien ook mensen zitten die een boek aan het lezen zijn of met school bezig zijn. Bij je eerste werkdag moet je er representatief uitzien en respect hebben voor je collega’s (zoals je dat altijd moet hebben).

Herinner je je een situatie waarin je niet direct wist wat je moest doen?
Beschrijf die situatie. Als je terugkijkt: ben je tevreden over wat je hebt gedaan? Dat was op een warme werkdag bij de Kruidvat en ik kwam in een kort broekje aan met slippers. Ik had geen idee dat dat niet mocht, want die klanten begrijpen dat toch ook wel? Bij nader in zien was het toch niet een handige zet, want het ziet er totaal niet netjes en zakelijk uit voor de winkel.

4.2. Weet jij welke verschillen er zijn tussen culturen?
Wat denk jij en wat doe jij als je in contact komt met mensen uit een andere cultuur met heel andere gewoontes dan jij? Er zijn wel degelijk verschillen tussen verschillende culturen. In een moskee moet je bijvoorbeeld altijd je schoenen uit doen, dus ik denk ook dat je bij Islamitische mensen thuis je schoenen uit moet doen. Ik was bijvoorbeeld een keer bij een meisje uit mijn vorige klas thuis en daar moest ik ook mijn schoenen uit doen. Als ik in contact kom met mensen uit een andere cultuur probeer ik me aan te passen maar ik verwacht ook van ze dat ze het in sommige situaties ook omdraaien.

4.3. Wat weet jij al over de volgende onderwerpen:

a. de grondrechten en -plichten in Nederland: Het recht op gelijke behandeling en respect voor elkaars mening (persvrijheid). Grondrechten en plichten staan in de Nederlandse grondwet.
b. kenmerken van de verschillende (sub)culturen in Nederland: Subculturen zijn er vooral onder pubers, omdat zij opzoek zijn naar hun eigen identiteit. Je hebt bijvoorbeeld hippies, metalheads, punkers etc.
c. oorzaken van spanningen tussen verschillende (sub)culturen en tussen bevolkingsgroepen in Nederland: Er zijn vaak spanningen tussen allochtone subculturen en Nederlandse subculturen zoals boeren. Dat komt met name door de cultuur verschillen binnen een land en de slechte reputatie die ze krijgen via het nieuws.
d. kenmerken van ethisch en integer handelen: Ethisch handelen is iets doen volgens de normen en waarden van de mens. Integer handelen is volgens de regels van een bedrijf handelen.
e. sociale en professionele netwerken in onze samenleving: Een sociaal netwerk is bijvoorbeeld je vriendenkring waar je in je privé leven mee omgaat. Professionele netwerken zijn collega’s op je werk en klasgenoten.

You may also like

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *