LLB de spiegel

De een is een creatief persoon, terwijl de ander liever na denkt en nieuwsgierig is. In deze LLB taak vertel ik mijn eigenschappen die ik nodig zal hebben bij het journalistieke vak en eigenschappen die misschien wat minder handig zijn.

A:
Omschrijf 5 kwaliteiten of sociale vaardigheden, waar je goed in bent. Geef uitleg waarom jij vindt dat jij in deze 5 kwaliteiten of sociale competenties goed bent.
1. Ik ben goed in creatieve oplossingen bedenken, omdat ik niet binnen de lijntjes denk. Ik denk vaak in mogelijkheden en probeer het beste uit mezelf en anderen te halen.
2. Ik ben goed in samenwerken, omdat ik iedereen in zijn waarde laat en samen tot een oplossing wil komen.
3. Ik ben muzikaal, omdat ik het leuk vind om te zingen en gitaar te spelen.
4. Ik ben sociaal, omdat ik er van houd om met verschillende mensen om te gaan en contacten te onderhouden.
5. Ik ben behulpzaam, omdat ik wil dat mensen zich goed voelen in een groep en dat ze lekker in hun vel zitten. Ik probeer altijd voor mensen klaar te staan en als ze iets niet snappen probeer ik mijn kennis met hun te delen.

• Omschrijf 5 kwaliteiten of competenties waarover je als bekwaam beroepsbeoefenaar in jouw vakgebied moet beschikken. Leg uit waarom je dit belangrijk vindt.
1. Aanpassingsvermogen, omdat je in dit vak tegen veranderingen moet kunnen van tijden of je project wordt ineens omgegooid.
2. Creativiteit, omdat je moet kunnen denken in creatieve oplossingen als een opdracht niet haalbaar is of niet doorgaat.
3. Sociaal, want je moet met iedereen kunnen samenwerken ook al heb je soms een minder sterke band met een bepaald persoon.
4. Nieuwsgierig, want wat is nou een journalist die niet nieuwsgierig is.
5. Gemotiveerd, omdat het een vak is waarin je zoveel mogelijk uit jezelf moet halen en je altijd een prestatie moet leveren.

• Omschrijf 3 competenties of kwaliteiten waaraan je zou willen werken en waarom jij hieraan wilt werken. Laat dit lezen aan 2 personen die jou goed kennen.
1. Minder chaotisch zijn, omdat ik soms weleens veel in mijn hoofd heb en dan alles een chaos wordt met wat ik moet doen. Als ik dan alles opschrijf wat ik nog moet doen, wordt het voor mij een stuk duidelijker.
2. Geduld hebben, omdat ik soms dingen te snel voor elkaar wil hebben.
3. Ik kon er zo gauw niet nog een verzinnen misschien weet jij er een?

• Omschrijf aan welke 2 personen jij bovenstaande hebt laten lezen. Wat vonden zij hiervan, herkenden zij jou hierin.
1. Karlijn: Ik vind dat het beeld wel een beetje klopt, want dit zie ik ook soms terug in het werkelijk leven.
2. Floor: Ja het klopt denk ik wel, maar je hebt altijd wel alles op tijd af.

B: Leerstijlentest

Uw leerstijl Doener!

Een negatieve score op de AB-CE schaal geeft aan dat je stijl meer abstract is. Een positieve score op de AB-CE schaal geeft een meer concrete leerstijl aan. Op dezelfde wijze betekent een negatieve of positieve score op de AE-WO schaal dat je leerstijl vooral actief dan wel vooral passief is. De vier kwadranten representeren de vier leerstijlen of leertypes: de doener, de bezinner, de denker en de beslisser.
Het is (theoretisch) mogelijk dat u een score heeft waarbij u zowel op da ae_wo as als op de ab_ce as de waarde 0 scoort. In dat geval wordt geen rode lijn getoond. U heeft geen uitgesproken leerstijl.

Waarom ben ik een doener?

Ik vind dat deze uitslag helemaal bij mij klopt, omdat ik van mezelf altijd al een doener ben. Ik leer door te doen en minder uit boeken en informatie. Door opdrachten uit te voeren kan ik mijn creativiteit kwijt en leer ik veel. Als ik informatie lees uit boeken onthoudt ik het ook minder snel, behalve als het mij heel erg aanspreekt.

You may also like

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *