Recht les 1: Wat heb ik geleerd?

Tijdens de eerste les recht kregen wij de opdracht om aantekeningen te maken van de lesstof. Na afloop van de les was het de bedoeling om op te schrijven wat je van de les hebt geleerd, wat je leuk vond en wat je minder leuk vond.

Wat heb ik geleerd? Ik heb geleerd wat een “trias politica” is. Je hebt een wetgevende macht, uitvoerende macht en een rechterlijke macht. Geen enkele macht is de baas over de ander en ze houden elkaar in evenwicht. Een wetgevende macht is bijvoorbeeld de tweede kamer of de gemeenteraad. Een voorbeeld van een uitvoerende macht is bijvoorbeeld de politie, het leger, Buro HALT etc. Een voorbeeld van een rechterlijke macht is de officier van justitie of de politierechter.

Wat vond ik leuk en wat minder leuk? Ik vond het gedeelte over de trias politica interessant, omdat ik niet precies wist wat dat was. Ik vond het gedeelte over de grondwet best wel saai, omdat ik dat ook wel eens met maatschappij leer heb gehad.

De aantekeningen die ik heb gemaakt:

Democratische rechtsstaat:

Hoe functioneert onze maatschappij?

Democratie: Je mag als bevolking zelf kiezen en stemmen. Wij mogen een volksvertegenwoordiging kiezen (parlement). Het parlement controleert de regering. De regering word bij ons niet rechtstreeks gekozen. De regering maakt als eerste een wetsvoorstel en het parlement moet dat goedkeuren. De regering stuurt ook ambtenaren aan (de uitvoering). Het is democratisch omdat er controle op zit van de volksvertegenwoordiging.

Rechtstaat: Recht betekend dat de overheid zich houdt aan de wet (eigen regels). Er zijn ook landen waarin een overheid zich niet houdt aan eigen regels. De bevoegdheid van de overheid staat in de wet. Het is per instantie apart geregeld.

Rechterlijke macht: heeft de taak om de controleren of de bevoegdheid van ambtenaren niet te buiten te gaan. Ze hebben de macht om zo’n besluit van de overheid te vernietigen.

Trias politica:

Wetgevende macht

Uitvoerende macht

Rechterlijke macht

Geen enkele macht is de baas over de ander. Ze houden elkaar in evenwicht.

Onze rechters mogen niet zeggen of onze regels in strijd zijn met de grondwet. Ze zijn niet de wetgever. De eerste grondwet was in 1848. Dingen die veranderd zijn: ons artikel 1 van de grondwet (alle mensen zijn gelijk) veranderd in dat er geen onderscheid gemaakt mag worden in geslacht, geaardheid, afkomst etc.

Uitvoerende macht: politie, leger, ME, inlichtingsdienst, voedel en waren autoriteiten, de arbeidsinspectie, DUO, belastingdienst, Buro HALT,

Rechterlijke macht: Officier van justitie, rechtbank, gerechtshof, hogeraad, kantonrechter, politierechter

Wetgevende macht: Parlement, tweede kamer, eerste kamer, gemeenteraad, provinciale staten, waterschappen, Minister

Tegenmacht: de media of de openbaarheid. Filmpjes die opduiken over politieagenten die hun macht misbruiken. De macht word ingeperkt, doordat het openbaar word gemaakt. Eigenlijk is de macht van openbaarheid de 4e macht.

 

 

You may also like

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *