Recht les 3: wat heb ik geleerd?

Tijdens de 3e les recht hebben we het gehad over rechtspraak en hoe de rechtspraak is georganiseerd. Het was een interessante les en ik heb veel dingen geleerd die ik nog niet wist over het recht.

Wat heb ik geleerd? Ik heb geleerd dat rechters onder het zittende magistratuur vallen. Ik wist nooit waarom dit “zittende” heettte. Dit komt omdat rechters blijven zitten tijdens de zitting. De officier van justitie gaat juist staan als hij het woord voert, daarom hoort de officier van justitie bij de staande magistratuur.

Wat vond ik interessant? Ik vond het gedeelte over hoe de rechtspraak georganiseerd is interessant, omdat ik hier nog niet veel over wist. Ik wist niet dat er boven de rechtbank nog het gerechtshof stond en daar boven de hoge raad. Ik had er wel eens van gehoord, maar ik wist niet wat het betekende. Als je het niet eens bent met de uitspraak van de rechter kun je in hoger beroep gaan. Je komt dan terecht bij het gerechtshof en daarna bij de hoge raad.

Wat vond ik minder interessant? Ik heb geen idee eigenlijk. Ik vond dit wel een interessant les om bij te wonen.

De aantekeningen die ik heb gemaakt:

Rechtspraak

Een van de drie machten de rechterlijke macht (rechtspraak) bestaat uit twee onderdelen.

Rechterlijke macht bestaat uit de staande magistratuur en de zittende magistratuur

Staande magistratuur zijn de leden van het openbaar ministerie. OM = openbaar ministerie (opsporingen & vervolgingen). Officier van justitie.

Rechters vallen onder het zittende magistratuur. (Alle personen met rechtspraak belast).

Als er een zitting gaande is blijven de rechters zitten als ze binnen komen en de rest van de zaal gaat staan. Als ze het woord voeren blijven de rechters ook zitten. Bij de officier van justitie gaat niemand staan en als de zitting is en hij het woord voert gaat hij staan.

Hoe is de rechtspraak georganiseerd?

De instantie waar de rechtspraak begint is de rechtbank. Als je begint met procederen begin je bij de rechtbank. Vroeger zat er onder de rechtbank een kantongerecht. Dat was een zelfstandige organisatie met kanton rechters. Inmiddels is dit samen gevoegd.

Een kanton rechter is een speciaal soort rechter die een specifiek soort zaak regelt (huurarbeid, overtredingen). Deze rechters kunnen in korte tijd een uitspraak doen. Vroeger kon je na zo’n uitspraak niet meer in hoger beroep. Mensen hebben de behoefte om snel te weten waar ze aan toe zijn.

Als je het niet eens bent met een uitspraak van de rechter of kantonrechter dan kun je in hoger beroep gaan. Je komt dan terecht bij een gerechtshof. Er zijn 11 rechtbanken en 4 gerechtshoven. Boven het gerechtshof staat de hoge raad. Hier is er maar een van en die zit in Den Haag.

De hoge raad mag alleen uitspraak doen of iets juridisch klopt terwijl de rechtbank en het gerechtshof er ook zijn om feiten vast te stellen. Gerechtshof en de rechtbank stellen feiten vast + een juridische beoordeling en de hoge raad geeft alleen een juridische beoordeling.

In het strafrecht (misdrijven) 177.000 in 2016 dus ongeveer per jaar. Daarvan gaat een klein deel in hoger beroep (35.000). In totaal zijn er 1,6 miljoen rechterlijke zaken per jaar.

Overtredingen zijn lichtere strafbare feiten en misdrijven zijn zwaardere strafbare feiten.

Een uitspraak die door de rechtbank is gedaan heet een vonnis. Een uitspraak van de hoge raad  en het gerechtshof heet een arrest.

De fundamentele rechtsbeginselen :

  • Waar moet een rechter aan voldoen? Onafhankelijk zijn. Een rechter die niet onafhankelijk is kan niet tot een goeie uitspraak komen. Het moeten rechters zijn die eerlijk zijn. Als een rechter moet zeggen wat zijn baas vind dan heb je geen onafhankelijke rechtspraak. Als je tot rechter bent genoemd ben je dat voor het leven. Het salaris is bij wet bepaald.

You may also like

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *